De creatieve industrie mag zich de laatste jaren verheugen op een grote belangstelling vanuit Politiek, bestuur en wetenschap. Ze wordt door velen gezien als een motor achter toekomstige economische groei.

Globalisering, individualisering en technologisering

Er zijn drie drijvende krachten achter de opkomst van de creatieve industrie: globalisering,individualisering en technologische ontwikkeling. Het wegvallen van handelsbarrières en de opkomst van landen als China en India maken dat bedrijven in Noord-Amerika, Europa en Japan zich niet op louter prijs en functionele kwaliteit kunnen onderscheiden.

De creatieve industrie voegt een kwaliteit toe aan een product, waardoor het zich onderscheidt van de producten van de Concurrent. Daarmee speelt de creatieve industrie in op een andere trend, namelijk de individualisering.

Consumenten willen zich onderscheiden; willen iets bijzonders. Ook spelen technologische ontwikkelingen een grote rol. ICT heeft niet alleen nieuwe bedrijfstakken gecreëerd,ze heeft ook de marktstructuren en productieprocessen in bedrijven veranderd. Ook de creatieveindustrie is onder invloed van ICT sterk veranderd. De interactie tussen opdrachtgever en creatieve dienstverlener is anders dan twintig jaar geleden.

De creatieve industrie levert een wezenlijke bijdrage aan de Nederlandse economie en Maatschappij.  De creatieve industrie bestaat niet alleen maar uit kleine spelers en ZZP-ers, maar telt ook grotere spelers, waaronder creatieve afdelingen van retailbedrijven en industriële concerns.

Op het punt van samenwerking en samenhang bestaat de indruk dat niet alle sectoren even sterk georganiseerd zijn.  Gebrek aan ondernemerschap is het belangrijkste gemeenschappelijke knelpunt van de diverse onderdelen van de creatieve industrie.

Een veel genoemd punt is het ontbreken van commercieel inzicht bij tal van ondernemers in de creatieve industrie, een manco dat volgens velen niet wordt aangepakt in de opleidingen en in sommige gevallen zelfs wordt versterkt. Sommige opleidingen leggen de nadruk sterk op de artistieke kant van het werk dat ten koste kan gaan van de commerciële vaardigheden. Matig commercieel inzicht hindert ondernemers om te groeien in de keten, om te internationaliseren en nieuwe klanten aan zich te binden.

De belangrijkste uitdaging van een eventueel innovatieprogramma voor de creatieve industrie is het vergroten van de impact van de creatieve industrie op de economie. Dat kan op verschillende manieren: meer creatieve ondernemers; meer ondernemingen in andere sectoren die gebruik maken van creatieve diensten en daarmee hun marktpositie verstevigen; meer creatieve ondernemers die groeien in de keten en internationaal expanderen.

De creatieve industrie levert een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie, en de Nederlandse creatieve industrie behoort wereldwijd tot de top-10. Onduidelijk is vooralsnog op welke wijze de overheid een rol kan en moet spelen richting de creatieve industrie. De knelpunten zijn, ondanks vele studies, niet goed in beeld. Er zijn twee uitersten die in de beleidsopties open staan. De overheid kan zich beperken tot een generiek beleid gericht op het bedrijfsleven, zonder specifieke maatregelen gericht op de creatieve industrie te entameren. Het andere uiterste is dat deoverheid maatregelen neemt gericht op specifieke onderdelen van de creatieve industrie. Het juiste beleid kan alleen in samenspraak met de creatieve industrie zelf worden ontwikkeld.

Beleidscontext

Internationaal kader

Het Cultuur Verdrag Vlaanderen Nederland is ingesteld door het Nederlandse en het Vlaamse parlement om beide regeringen te adviseren wat de samenwerking betreft op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschap en welzijn.

Landelijk kader

Pieken In de Delta Zuidwest-Nederland :De economische uitdaging voor Zuidwest-Nederland is om te profiteren van de strategische ligging tussen de mainports Rotterdam en Antwerpen. Bestuurders van overheden en kennisinstellingen pakken samen met ondernemers deze uitdaging op door gericht te werken aan het benutten van de economische kansen (pieken) van Zuidwest-Nederland. De regio kan via de pieken procesindustrie, logistiek en toerisme bijdragen aan de regionale en nationale economie.

(Inter)regionaal kader

De Rijn-Schelde Delta is als economische entiteit volop in beweging. Als gevolg van deze beweging tekent zich een gebiedsidentiteit af. Een identiteit die niet alleen herkend moet worden door de eigen bewoners, maar vooral ook door bezoekers en toeristen die het gebied aandoen. Cultuur is daarvoor een voertuig bij uitstek. Dat hier kansen liggen wordt duidelijk als je kijkt naar het aantal bijzondere steden in het gebied. Steden die zich onderscheiden op het vlak van culturele traditie of cultureel potentieel. Antwerpen, Breda, Gent, Bergen op Zoom, Brugge, Middelburg en Dordrecht liggen als een archipel rondom de Delta en zijn ook nog eens steden die van oudsher cultuurhistorische banden hebben. (bron RSD ‘’torens in de Delta’’)

De Bestuurlijke Regiegroep van de West-Brabantse samenwerking heeft en strategische agenda vastgesteld, waarin ondermeer gezamenlijke marketing een belangrijke opdracht is. De nota Brabant aan Zee heeft raakvlakken met de beleving die de recreant ervaart. Ook ligt hier een waardevol initiatief waarbij vanuit cultuurontwikkeling grote kansen liggen, omdat waterrecreatie en watermanagement als belangrijke cultuurhistorische aspecten kunnen bijdragen aan het cultureel/toeristisch profiel.

Beleidscontext vanuit Brabants perspectief

In de nota Cultuur Schept Ruimte heeft de Provincie haar ambitie weggelegd voor de versterking van de culturele infrastructuur.
Het statenvoorstel BrabantStad Culturele Hoofdstad BSCH2018 maakt de middelen vrij voor aanloopprojecten waarbij in 2013 concrete projecten voor het ommeland van de B5 kunnen worden ingediend.

Beleidscontext vanuit Zeeuws en Vlaams perspectief

Cultuur zonder grenzen De provincies Zeeland, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen kunnen bogen op een jarenlange samenwerking tussen de drie provincies op het vlak van cultuur. Wat vanaf de jaren 1950 begon als occasionele culturele uitwisselingsactiviteiten kreeg steeds meer het karakter van een structurele grensoverschrijdende samenwerking. Via het Subsidiereglement willen de drie provincies gezamenlijk een mogelijkheid creëren om goede grensoverschrijdende culturele projecten te stimuleren en subsidiëren.

Met het Scheldemondfonds is een start gemaakt met autonome subsidiëring, los van Europa. Een bescheiden start, dat zeker. Daar waar het kan vinden goede projectideeën onderdak bij Interreg. Voor die projecten die te kleinschalig zijn voor Europa, of niet kunnen worden ondersteund vanwege Europese regels, kan het Scheldemondfonds wellicht wat betekenen. Dit fonds stimuleert grensoverschrijdende projecten van publieke organisaties (en eventueel private partijen) binnen Euregio Scheldemond.

Interreg is een subsidieprogramma dat sinds 1990 de samenwerking stimuleert tussen regio’s uit verschillende lidstaten van de Europese Unie. Het programma wordt gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Dit structuurfonds biedt steun aan overheden en organisaties uit de verschillende regio’s om over de landsgrenzen heen projecten uit te voeren die bijdragen tot de economische en/of sociale ontwikkeling van die regio’s. Interreg IV is de vierde fase van het programma en loopt van 2007 tot en met 2013. Het programma is opgesplitst in drie luiken: Interreg IV A voor grensoverschrijdende samenwerking, Interreg IV B voor transnationale samenwerking en Interreg IV C voor interregionale samenwerking. Het programma kent een uitloopperiode tot en met eind 2015.

Het Twee Zeeën programma

Het grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma Frankrijk-Engeland-Vlaanderen-Nederland 2007-2013 Vereist zijn ten minste 1 Engelse partner en 1 partner uit 1 van de drie andere landen. Binnen dit programma participeert Zeeland in een project voor het behoud van kennis benodigd voor de instandhouding en restauratie van historische schepen. Op dit moment is Zeeland betrokken bij de ontwikkeling van enkele projecten, waaronder geschiedenis van stormvloeden (de ramp van 53 gerelateerd aan zeespiegelstijging), molens en tweede wereldoorlog.